+31624447778 els@everything-els.com
Ik kocht een konijn bij een tuincentrum. Dat was helemaal verkeerd.

Ik kocht een konijn bij een tuincentrum. Dat was helemaal verkeerd.

Het is Dierendag. En dat betekent: tijd voor een verhaal! Een verhaal over hoe ik dacht een dierenvriend te zijn, terwijl ik dat bij nader inzien helemaal niet was.

Dit verhaal gaat over Hazel. Ons konijntje dat maar liefst twaalf jaar in ons leven was en echt onderdeel werd van ons gezin, ondanks de goedbedoelde fouten die ik maakte. Lees maar even mee.

Fout 1: ik haalde een konijn bij een tuincentrum

Ik stond in het tuincentrum en zag babykonijntjes in een grote bak. Hoe scháttig! Vooral Hazel was lief: hij sprong gelijk in mijn handen en was supernieuwsgierig. Mijn dochter zou binnenkort drie jaar oud worden en ineens kreeg ik een ingeving: ze was gek op dieren, ik was net gescheiden en ze was enig kind. Waarom geen konijntje als verjaardagscadeau?

Ik kocht Hazeltje daar ter plekke. Had ik toen geweten dat konijnen van tuincentra en dierenwinkels regelmatig veel te jong worden verkocht of van de broodfok komen, dan had ik dat nooit gedaan. Wat ik wel had moeten doen? Naar de opvang gaan en daar een konijntje halen. De asielen zitten overvol met konijnen die door eigenaren op straat zijn gezet. Als er iets is wat een gedomesticeerd konijn niet kan, dan is het overleven op straat.

Fout 2: mijn konijn had geen soortgenootje

In de samenleving leeft de hardnekkige gedachte dat je konijnen wel alleen kunt houden. Het is normaal dat konijnen in hun eentje in een hok zitten. ‘Mijn konijn heeft mij, toch?’ is dan het argument. Ook Hazel heeft de eerste jaren alleen bij ons verbleven.

Pas toen ik me écht ging verdiepen in wat de natuurlijke behoeften zijn van een konijn, kwam ik erachter dat ze veel gelukkiger zijn met een soortgenootje. Wat ik heb gedaan? Ik heb Hazel laten koppelen (echt waar, konijnen zijn zó kieskeurig) bij een opvang voor konijnen. Zelf durfde ik dat niet, want een konijnenkoppeling kan er heftig aan toe gaan. Na drie (!!) weken konden we Hazel weer ophalen met zijn nieuwe vriendin: Paddington. Ondanks dat Hazel een gezellig konijn leek, bleek hij met Paddington veel gelukkiger dan met ons.

Konijnen kunnen overigens niet zomaar bij elkaar gezet worden. Ze zijn kieskeurig en als ze een ander konijn niet moeten, kan dat vechten worden. Heb je dus zelf een konijn en wil je een soortgenootje, laat je dan goed informeren door een goede konijnenopvang.

Fout 3: mijn konijn had een hok en dronk uit een drinkflesje

In de eerste periode van zijn leven leefde Hazel in zijn hok. We lieten hem er wel uit om rond te huppelen, maar als we weggingen stopten we hem weer in zijn hok. Ik moet zeggen dat ik dit vrij snel heb veranderd. Mijn intuïtie zei me: dit is zielig. Dus hebben we het hok weggedaan. Hazel huppelde vrolijk door de woonkamer en dat heeft hij gedaan tot zijn sterfdag.

Aan zijn hok hing zo’n doorzichtig plastic drinkflesje. Dat leek een logische keuze, maar is het niet. Konijnen krijgen vaak niet genoeg water uit zo’n flesje, waardoor ze te weinig drinken. Dat kan voor gezondheidsproblemen zorgen. Nadat het hok wegging, hebben we een drinkbak voor hem gekocht. Werkte een stuk beter.

Best confronterend, dit soort fouten maken

Ik vond het best confronterend toen ik erachter kwam dat ik mijn konijn niet verzorgde zoals het moest. Ik voelde me ook weleens rot en schuldig. Maar ik durfde mijn fouten te erkennen en leerde ervan. Als je echt een dierenvriend bent, verdiep je je in de natuurlijke behoeften van het (huis)dier en pas je de leefomgeving daarop aan. Jij moet ze geven wat zij nodig hebben. Het gaat niet om jou en jouw behoeftes, het gaat om het dier.

Hazel is overigens afgelopen zomer door ouderdom gestorven. We missen hem nog elke dag.

Werk jij met dieren op de meest diervriendelijke manier? Dan werk ik heel graag voor je.

Maar waaróm?

Maar waaróm?

Toen ik nog een klein Elsje was, stelde ik de hele dag door vragen. Eerst aan mijn ouders, daarna aan de juffen op mijn basisschool en vervolgens aan de docenten op de middelbare school. Mijn vragen startten vaak met hetzelfde woord: waarom.

‘Waarom moet ik nu persé mijn kamer opruimen?’(‘Omdat ik dat zeg!’, zei mijn moeder.)

‘Waarom noemen we deze kleur groen?’ (‘Omdat we dat nu eenmaal zo hebben afgesproken’, zei mijn juf.)

‘Waarom eten we dieren op?’ (‘Omdat we dat nu eenmaal doen’, zei mijn vader.)

Vaak was ik niet tevreden met de antwoorden die ik kreeg. En je kunt je voorstellen, ik maakte het de opvoedkundigen niet makkelijk door altijd maar de waaromvraag te stellen. Ze vonden me maar irritant. Het was natuurlijk niet mijn bedoeling om irritant te zijn; ik wilde alleen maar de wereld om mij heen begrijpen.

Ik ben nooit gestopt met het stellen van de waaromvraag. Ik stel ‘m nog regelmatig. Aan mezelf. ‘Waarom doe ik eigenlijk wat ik doe?’ En in het verlengde daarvan: ‘Maar wat wil ik dan nu echt?’ Het antwoord op deze vragen heeft mij richting gegeven in mijn carrière.

Toen ik bijna 30 werd, begon ik een beetje te snappen waar mijn waarom om draaide. Het had te maken met het zorgen voor anderen. Met goed willen doen. Met willen bijdragen aan de maatschappij. Daarom stopte ik met werken voor een corporate organisatie en ging ik het voortgezet onderwijs in. Daar kon ik écht van betekenis zijn, dacht ik. En dat was ook zo. Je staat echt met je poten in de klei, op zo’n middelbare school. Heerlijk.

Maar nu, nu ik 40 ben, is mijn waarom me nog duidelijker geworden. Niet alleen gaat het om zorgen voor elkaar, het gaat om zorgen voor de wereld. En dat hoef ik niet te beperken tot het onderwijs alleen. Ik ben ondernemer geworden voor een heel specifieke doelgroep: voor zzp’ers en mkb’ers die óók hard bezig zijn om goed te doen. Voor hen werk ik graag, want wij geven ongeveer hetzelfde antwoord op de vraag: ‘waarom doe ik wat ik doe?’

De wereld om me heen begrijp ik soms nog steeds niet. Maar mezelf én mijn klant, des te meer.

En hoe zit het met jou? Wat is jouw waarom?